Waar nadenken zelden jouw psychische problemen oplost

Ook als je onder een warm dekentje met een lekkere cappuccino op de bank zit kun je intens lijden door niets anders dan je eigen gedachten. Jouw feestje laat zich makkelijk versjteren door een paar doemscenario’s door te nemen:

Besef je dat jouw collega’s op dit moment misschien over jou kunnen roddelen? Weet je zeker dat jouw partner op dit moment misschien niet een affaire heeft? Die eieren in je koelkast – waarom zou daar geen salmonella in zitten? En het vliegtuig waarmee je binnenkort zult vliegen – wie garandeert jou dat die niet zal neerstorten? En hebben we het al gehad over de bankencrisis, de toenemende terreurdreiging en het feit dat de technologische vooruitgang jouw baan op termijn mogelijk gaat inpikken?

Je kunt er wel over nadenken, maar het helpt natuurlijk niet. – Tegeltjeswijsheid

De lijst met denkbeeldige scenario’s over zaken die alleen vandaag nog mis kunnen gaan is letterlijk oneindig. Hardnekkige piekeraars herkennen bovenstaande gedachtegang misschien al. Misschien is het voor hen een troost te weten dat wij hier bijna allemaal regelmatig door geplaagd worden. Eén op twintig mensen krijgt in zijn leven zelfs zoveel last van piekeren en nervositeit dat psychologen spreken van een zogenoemde gegeneraliseerde angststoornis (GAS). Daarbij is iemand voortdurend gespannen, tobbend over werk, studie, kinderen liefde, toekomst. Dit soort gepieker kan lijden tot een depressie, slecht slapen en andere klachten. Tot de ultieme verlamming dus. De kans op spontane genezing volgens sommige onderzoeken blijkt helaas niet meer dan 15%. Het is goed om actief iets aan het gepieker te doen dus. Met de nadruk op ‘doen’ want nadenken lijdt meestal tot nog meer nadenken. Het houdt zichzelf in stand.

In dit verband wil ik graag een quote van de Dalai Lama aanhalen. Die doet – zoals je van een geestelijk leider mag verwachten – soms rake uitspraken. Als jij een piekeraar bent, is het goed om deze uitspraak van hem in je oren te knopen:

‘Of jouw specifieke probleem is op te lossen, zodat je er geen zorgen over hoeft te maken. Of je probleem is onoplosbaar, zodat het geen zin heeft je er zorgen over te maken.’

Je bent niet onder de indruk? Toch is zijn uitspraak niet zo’n dooddoener als het op het eerste gehoor klinkt. Hij klopt namelijk – als een bus. Hoe lang je ook over je problemen nadenkt, praat of fantaseert, uiteindelijk komt het neer op het simpele onderscheid van meneer Lama: ofwel je kunt iets aan die problematische situatie doen en dat zul je gewoon moeten doen waar de situatie om vraagt (inclusief het tijdelijke ongemak dat daarbij hoort te accepteren), ofwel je kunt er echt niets aan doen zodat je het piekeren alleen maar bijdraagt aan je lijden.

De piekeraar is bij uitstek iemand die niet naar dit inzicht leeft. De hersenen van de piekeraar blijven in cirkeltjes draaien omdat die ooit (bewust of onbewust) de conclusie hebben getrokken dat het nutteloze piekeren behulpzaam is. Als je na dagen tobben een goed cijfer haalt voor je tentamen kun je misschien denken dat je dit goede resultaat mede aan het gepieker te danken hebt. Dit soort associaties houden de piekermolen in stand. Psychologen zien piekeren zonder uitzondering als een disfunctionele oplossingsstrategie. Of zoals hoogleraar Psychologie Kees Korrelboom het zegt: ‘Niet alleen is de veronderstelde relatie tussen piekeren en het uitblijven van problemen slechts schijn, het piekeren kost ook veel. Zo veroorzaakt het spanning, terwijl de angsten waarvoor het gepieker oplossingen zou moeten bieden er juist door worden in stand gehouden. Tenslotte belemmert piekeren, door zijn circulaire en niet doelgerichte karakter, het vinden van concrete oplossingen in situaties waar dat wel degelijk mogelijk zou zijn.’ Neem het voorbeeld van de afwas die al een week in de gootsteen. Je kunt bijvoorbeeld urenlang nadenken en praten over de afschuw die je voelt over de afwas die in je keuken staat, de twee oplossingen die jou van je lijden afhelpen zijn vrij simpel. Of je accepteert afwas er staat en gaat toch eerst iets anders doen, ofwel je doet de afwas.

Andere voorbeelden:

De dokter zegt dat je echt moet stoppen met roken
Je bent bang omdat je een praatje moet houden op een congres
Je wilt je verkering vertellen dat je het niet meer ziet zitten
De auto is kapot

Nogmaals: hoe lang je namelijk over het probleem piekert, hoe lang je ook in therapie gaat, hoeveel je er ook over praat en nadenkt: het probleem zelf valt altijd in twee categorieën. Ofwel je kunt aan je situatie werken of je kunt er niets aan doen zodat het piekeren en nadenken uiteindelijk alleen maar bijdraagt aan je lijden. Ik geef nu al toe: de vraag ‘moet ik mijn situatie accepteren of moet ik vechten voor verbetering?’ is niet altijd makkelijk te beantwoorden. Het kan soms even duren voordat je erachter bent.

Neem het voorbeeld van een lastige relatie waarin serieuze twijfel speelt. Zoals je inmiddels vast hebt ontdekt: alle partners en relaties komen met schaduwkanten. In de verliefde fase is dat misschien niet direct zichtbaar, maar het moment komt dat die roze bril afgaat. Wat er dan over blijft is misschien leuk, maar nooit perfect. Misschien is de seks nog geweldig, maar zijn de gesprekken wat saai geworden. Misschien zijn de gesprekken goed en inspirerend, maar hebben jullie weinig hobby’s gemeen,. Misschien maar wil jij een kind, maar je partner niet. Enzovoorts. Er kan van alles scheef zitten in een relatie en de last daarvan neemt toe naarmate partners meer verschillen in hun relatiewensen en persoonlijkheden. Het kan soms een tijd duren voordat deze mensen erachter komen of ze genoeg delen om bij elkaar te blijven, maar ook hier is de oplossing uiteindelijk tweevoudig: accepteren ze elkaars verschillen (en leren ze daarmee omgaan)… of gaan ze uit elkaar om het in de toekomst met een ander te proberen?

Ook als het antwoord niet meteen duidelijk is, is het nuttig het probleem soms even los te laten of een voorlopige beslissing te nemen. Het twijfelende stelletje hierboven kan bijvoorbeeld besluiten om tijdelijk uit elkaar te gaan, om daarna samen te evalueren hoe dat bevalt. Daarna kunnen ze alsnog beslissen om de scheidingspapieren officieel te maken. Je kunt beter vaker verkeerde beslissingen maken dan te blijven hangen in het beslissingsproces. Liever een foute beslissing waarvan je iets kunt leren, dan niets doen én niets leren. Succesvolle mensen maken niet per se bétere beslissingen, ze maken er vooral meer. En hoeveel foute beslissingen daar ook tussen zitten, er zitten meestal ook meer goede tussen dan wanneer je sowieso niets beslist.

Emoties zijn vluchtig, onze gedachten houden ze vast
Of de directe oplossing voor jouw probleem nu wel of niet binnen jouw bereik ligt, aan het lijden zelf ontkom je sowieso niet. Om de zoveel tijd is het raak. Je wordt ziek. Je partner verbreekt de relatie. Je nieuwe directe collega is een klootzak. Vaak is er zelfs geen duidelijk aanwijsbare reden voor het feit dat je lijdt.

Ikzelf stap regelmatig met mijn verkeerde been uit bed. De zon schijnt, de vogels fluiten, ik ben vrij, mijn geliefden zijn gezond en toch… liefst was ik er helemaal niet geweest. Alles voelt zwaar en ik zie tegen de dag op. Noem me een waardeloze psycholoog, maar ik heb dan geen idee hoe ik in die bui terecht ben gekomen. En ik weet ook niet hoe ik daaruit kom. Gelukkig hoeft dat niet, want ook zonder actieve inspanning gaat op een gegeven moment de zon weer wat schijnen. Ik zie gemoedstoestanden hierom steeds vaker als het weer. Af en toe schijnt de zon, vaak komt daar een regenbui tussen, soms is er hagel en onweer, en dan weer is er een dikke, trage mist.

Het positieve nieuws: net als alles in het leven is ons lijden, in welke vorm het ook komt, vluchtig, veranderend en voorbijgaand. Hoe intens het lijden ook is, het komt én gaat, helemaal vanzelf. Net als stormachtig weer, een slechte film en vervelend bezoek. Ook zonder jouw actieve bemoeienis waaien die dreigende donderwolken of trage mist in je brein over. Gewoon doorademen is meestal voldoende.*

Allereerst kan de chemische fabriek in je brein per keer maar een beperkte dosis verlangen, angst, boosheid of frustratie leveren. Zelfs fysieke pijn wisselt van intensiteit, en als je slaapt voel je de pijn helemaal niet. En hoewel we allemaal de neiging hebben iets aan een klotestemming te doen – klagen, sporten, drinken, tv kijken – is het soms juist die actieve bemoeienis (en onze weerstand tegen dat lijden) die de ellende langer laat voortduren. In de praktijk denken veel mensen aan een stuk door in de hoop dat ze daarmee hun lijden kunnen oplossen, maar het gevolg is alleen maar dat ze de misère verlengen, want daarmee zetten ze ook de bijbehorende gevoelens zoals stress, verdriet, angst, haat en jaloezie klem. Emoties zijn vluchtig, maar door de verhalen die bij de emoties horen te blijven herkauwen, blijven die emoties langer levend dan noodzakelijk.

Piekeren is de menselijke defaultpositie
Onderzoek laat zien dat mensen minstens de helft van de tijd bezig zijn met dagdromen, piekeren en tobben, en dus eigenlijk maar weinig aandacht hebben voor datgene dat ze daadwerkelijk aan het doen zijn. Datzelfde onderzoek laat ook zien dat het precies die ongecontroleerde, innerlijke monoloog is die ze ongelukkig maakt. Hoe meer de hersenen in het verleden aan het graven zijn of de toekomst proberen te beheersen, hoe meer de aandacht verschuift naar de zaken die níet goed gaan in ons leven. Zo werkt het brein nou eenmaal. Nogmaals, die grijze pudding wil jou niet gelukkig maken, maar helpen overleven. Het probeert ook wanneer het níet nodig is pijn en ongemak te voorkomen, en plezier en comfort na te streven.

Het denken dat daar uit voortkomt lijkt op een uit de hand gelopen oplossingsstrategie: we maken ons vaak zorgen over zaken waar we geen invloed meer op hebben óf we maken ons zorgen terwijl we gewoon actie zouden kunnen ondernemen. We zijn daarbij onophoudelijk tegen onszelf aan het praten en herkauwen de hele dag door voornamelijk dezelfde deuntjes over gemiste kansen, vervelende conversaties, gemaakte fouten, financiële zorgen, onverwachte afwijzingen.

Het grote probleem hierbij is dat je jouw gedachtestroom helaas niet zoals een tv kunt uit- en aanzetten. Je hebt er maar weinig controle over. Net zoals de geluiden die je hoort en de dingen die je ziet, kies je niet voor je gedachten. Ze komen en gaan, de hele dag door, slechts onderbroken door een slaapje. De meesten van ons realiseren zich niet eens hoe ze de hele dag denken. Die tranceachtige denktoestand, waarin de meesten van ons hun leven doorbrengen, wordt ook wel eens het terugvalnetwerk van het brein (default mode network) genoemd. Het is de standaard toestand van het brein als wij niet specifiek ergens mee bezig zijn. Het is een automatisme, en de pijn bestaat er uiteindelijk uit dat we dit onvoldoende beseffen. We zien daarom niet dat de pijn zelf vluchtig is. Het zijn uiteindelijk diezelfde gedachten die je keer op keer aan het lijden herinneren. Zonder die gedachten zou je niet eens weten dat je lijdt.

De pijn zelf bestaat uit losse, voorbijtrekkende sensaties in ons bewustzijn, de een na de andere – het verhaal dat we onszelf erover vertellen negeert die nuance. We zeggen iets als: Ik heb liefdesverdriet, het komt nooit meer goed. Ik heb een depressie: mijn hersenen maken onvoldoende serotonine aan. Ik ben een lelijke loser die nooit iets goeds kan doen.

Maar zelfs iemand die misselijk is van liefdesverdriet, al een maand thuiszit vanwege een burnout en bovendien gediagnosticeerd is met een gegeneraliseerde angststoornis, ervaart gaten in zijn lijden. Tijdens een telefoongesprek, het zien van een film of het oplossen van de puzzel in de krant bijvoorbeeld.

De gaten, pieken en dalen van het lijden zijn veel interessanter dan ze op het eerste gezicht lijken. Door er bewust van te worden – iets wat bijvoorbeeld in meditatie en aandachttraining gebeurt –verandert de kwaliteit en intensiteit van dat lijden ook. De tussenposes worden groter en het lijden neemt af. Dat geldt zelfs voor fysieke pijn.

Mensen die zichzelf hebben geoefend in aandacht of mindfulnessmeditatie en niets aan hun (chronische) pijn doen, behalve aandacht hebben voor het huidige moment (zonder er iets aan te willen veranderen) ervaren dagelijks dat dit mogelijk is. De vluchtigheid en veranderlijkheid van onze gedachten, gevoelens – en daarmee ons lijden – kan in de praktijk direct worden ervaren als je weet hoe en waar je je aandacht moet richten. De directe ontdekking dat dit kan, is een enorme bevrijding. Het is alsof je een ergens een open deur hebt ontdekt in een schijnbaar hermetisch gesloten inrichting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *